donderdag 30 oktober 2014

Celtic dreams 1

Anno 624, het West-Romeinse rijk is gevallen en in de voormalige provincieën heerst totale anarchie. In de oeroude bossen van Normandië, dwaalt een jonge, Keltische vrouw langs een smal riviertje op weg naar haar kleine dorp, met huisjes opgetrokken deels uit ruwe natuursteen, deels uit hout dat onuitputtelijk voorradig is in de sprookjesachtige bossen.
Haar rode haren vallen sierlijk op haar schouders neer, gouden oorringen schitteren in het zonlicht, haar wollen gewaden reiken tot op de grond.
De geur van verbrand hout dringt in haar neus als ze op een tweetal kilometer van haar dorpje genaderd is.

Met een angstig voorgevoel versnelt ze haar pas. Ze bereikt de rand van het bos, maar daar waar eens de leuke, romantische huisjes opgetrokken waren treft ze nu slechts een rokende puinhoop aan, smeulende as op ruïnes zijn het enige wat nog rest van dit eens zo pittoreske, gezellige dorpje waar ze opgroeide.

Met betraande ogen snelt ze de heuvel af naar de plaats waar eens haar geboortehuis stond.
Ze hoort gegil en gekrijs, wenende kinderen en vrouwen… lijken van mannen die ze kent liggen verspreid tussen de resten puin.

Dan ziet ze haar ergste nachtmerrie voor zich …. Een groep grote, blonde mannen, met lange haren en dito baarden, gekleed in dunne maliënkolders, gewapend met bogen, speren, ronde in felle kleuren beschilderde schilden en lange zwaarden zijn bezig met de vrouwen uit haar dorp te boeien en te ketenen. De vrouwen zijn halfnaakt, vaak is hun bovenlijf ontbloot en dragen ze enkel nog hun schoeisel en hun slip.
Hun handen zijn op hun rug geboeid, rond hun nek dragen ze metalen boeien die met elkaar verbonden zijn door een stevige ketting.
Ook kinderen zijn zo geboeid vastgemaakt. De vrouwen die aan de ketting hangen zijn enkel jonge vrouwen, gaande van pubermeisjes tot vrouwen van maximaal een 35 tot 40 jaar.
Dan dringt het tot haar door … slavenhandelaren….

Plots wordt ze langs achter vastgegrepen, stevige handen omsluiten haar armen en ze gilt zich de longen uit haar lijf. Ruw trekken twee blonde krijgers haar mee naar beneden…
Ze huilt, spartelt maar alles is tevergeefs, even later wordt ze voor het oog van haar dorpsgenoten die de inval overleefden uitgekleed tot op haar slipje na, de twee mannen betasten haar borsten, duwen hun vingers onder de stof van haar slip recht haar nog droge kutje in en openen haar mond, bekijken haar tanden terwijl ze in een voor haar onverstaanbare taal met elkaar praten en lachen.
Dan, tot haar ontzetting, ziet ze tussen de halfnaakte vrouwen haar beste vriendin Lianella staan en haar zussen Ozelia en Nilsix…
Plots hoort ze een zware mannenstem bevelen… “Stop !!! Die is voor mij!!!” … een grote, struise gespierde man met lange, donkere haren en een korte baard komt naar voor. In tegenstelling tot alle andere mannen die blonde lokken dragen is hij de enige donkerharige man.

Ze had het al gehoord, van rondreizende handelaren, dat er uit het verre noorden mannen op drakenschepen hun landsgrenzen binnenvoeren, om te moorden en te plunderen, mensen te ontvoeren om ze als slaven te verkopen … gevreesd alom … Noormannen … dat moesten deze duivels zijn….

Geen opmerkingen:

Een reactie posten